Australië is een geweldig land als je van fotograferen houdt. De landschappen en de kleuren die je er treft, zijn uniek. Ook de stranden zijn juweeltjes. Voor degenen die van fotograferen houden, is Australië een paradijs, maar enige kennis van zaken kan geen kwaad. Je moet serieus proberen om rekening met het licht te houden. Er zijn bijna nooit wolken, maar wel altijd een stralende, blauwe hemel. Dat betekent dat het licht tussen 10 en 3 uur s’middags erg hard is. Veel te hard om een goede foto te maken. De contrasten worden groot, en je krijgt zware, donkere schaduwen. De details verdwijnen en een mensengezicht wordt een hard spel van lijnen. Ook die mooie blauwe lucht verdwijnt grotendeels op het heetst van de dag. De foto wordt flets, zeker als je er foto-afdrukken van laat maken: fotopapier kan dat grote contrast niet aan.

Het midden van de dag is dus geen goed moment om met je camera op pad te gaan. Dat is niet erg, want er blijven genoeg uren over dat het licht wel goed is. ‘s Ochtends bijvoorbeeld, tot een uur of tien. En in de namiddag. Tegen zonsondergang wordt het zelfs erg bijzonder. De schemering is kort en heftig, en het gouden licht van de schemering, valt als een deken over het landschap. Nergens ter wereld heb je zo vaak de gelegenheid om dit gouden licht mee te maken. Je moet het even leren te herkennen, maar als je het herkent, zie je aankomen. Dat prachtige licht geeft alles en iedereen een sprookjesachtig uiterlijk. Ook de landschappen worden betoverend mooi. Dit gouden licht duurt meestal niet langer dan tien minuten, maar als je het hebt gegrepen, heb je iets moois. Ook als we de foto afdrukken zal zo’n foto schitteren, zelfs een enigszins saai landschap wordt een echt plaatje. Dit gouden licht wordt veroorzaakt door de droge lucht.

Tags: