De Griekse eilanden blijven ons aantrekken. Tijdens ons bezoek aan de vakantiebeurs in Utrecht, konden we de verleiding niet weerstaan om bij de stand van Ross Holidays een paar brochures mee te nemen. We namen een aantal brochures mee van voor ons onbekende eilanden in de Egeïsche zee. We kozen uiteindelijk voor Chios. Er liggen verschillende kleine eilandjes om Chios heen, die leuk zijn voor een dagtocht. De twee andere eilanden die we bezocht hebben liggen ook bij Chios in de buurt, Samos ligt eronder en Lesvos erboven. Dit is echter de eerste keer dat we in het "voorseizoen" (20 t/m 28 mei) naar een Grieks eiland gaan. De temperatuur ligt gemiddeld rond de 20-25C, alleen 's avonds kan het afkoelen.
Welkom op Chios
Chios heeft misschien wel de kortste landingsbaan van de Griekse Eilanden. Zodra het vliegtuig de landingsbaan raakt worden alle flappen van de vleugels omhoog gegooid, de motoren gillen, en wanneer het vliegtuig vol in de remmen gaat schieten wij met een ruk naar voren....welkom op Chios.
Wanneer de deuren open gaan missen we meteen de bekende kokosachtige geur van Samos en Lesvos maar de temperatuur is heerlijk en er staat een verkoelend briesje. Met de taxi worden we opgehaald van het vliegveld en gaat het via Chios-stad door Karfas en Agia Ermioni naar Megas Limnionas. Megas Limnionas vormt eigenlijk één geheel met Agia Ermioni, want de kades van de dorpen lopen in elkaar over. Het water is kristal helder en heeft hiervoor de "blauwe vlag" gekregen (soort onderscheiding voor het mooiste, schoonste strand/water).
De omgeving is prachtig groen, in de bermen staan veel kleurige bloemen. De accommodatie "Manos" van Ross is perfect. Ross Holidays staat bekend om zijn betere niet massale accommodaties in vaak kleine plaatsen. Het zachtgele kleinschalige complex heeft een met druivenranken begroeide pergola op het gezamenlijke ruime terras en een pracht aan bloemen in de pas aangelegde tuin, het doet gezellig aan. De ligging van Huize Manos is halverwege een heuvel, onze studio met terras op de begane grond heeft een uitzicht op zee. Voor onze deur staan een aantal Mastiek bomen, onze eerste kennismaking met deze voor Chios zo belangrijke boom. Onze sleutel krijgen we van de vrouw des huizes, ze woont hier met haar man op de bovenste verdieping, overigens alleen in het hoogseizoen wanneer hun zoon vakantie heeft. Ze spreekt beperkt engels, maar dat is voor ons geen probleem, met handen en voetenwerk komen we en heel eind. Over ons tijdelijk woonverblijf kunnen we 1 ding zeggen: what you see is what you get, het klopt precies met de omschrijving uit de brochure.
Jassas!
Snel hebben we onze koffer opgeborgen en gaan de omgeving verkennen. Het eiland is zo mooi groen, vanaf de heuvel kijken we neer op het kleine dorp, achter ons reikt de heuvel verder naar de helderblauwe hemel...we horen niets.....NIETS...wat een rust! In de nabijheid worden nieuwe huizen gebouwd, maar schijnbaar is het siësta, er is niemand te bekennen. Onze eerste boodschappen halen we in de minimarket aan de voet van de heuvel. Dit kleine winkeltje is een familiezaakje, maar je kunt er van alles kopen. Al snel is het tijd voor het bezoekje van Cindy onze hostess. We besluiten een een bustip door het zuiden voor zondag en een boottocht naar Inousses op maandag te boeken.
Wandelen in de kambos
Wij zijn geen echte wandelaars, maar op Chios hebben we heel wat kilometers afgelegd! De omgeving van Megas Limnionas leent zich uitstekend voor een wandeling, het is immers dicht bij de Kambos. Kambos betekend vlakte of dal in het Grieks en inderdaad ligt het gebied net achter de heuvels in een mooi dal. In het dal liggen een aantal kleine plaatsjes zoals Thymiana. Uit Thymiana komt het steen waar men de bekende Kamboshuizen van heeft gebouwd. Deze statige landhuizen staan verspreid over het gebied. De eigenaren van de boomgaarden lieten hun herenhuizen hier bouwen en leefden in weelde. De mastiekoogst, de olijfboomgaarden, de citrusboomgaarden, visserij en scheepvaart (van Chios komen de grote scheepsmagnaten!) bracht hen welvaart. Mede daardoor is het toerisme geen noodzaak geweest om inkomsten te krijgen en kwam het toerisme pas in de jaren 80 op gang. Sommige Kamboshuizen zijn vervallen, maar de meesten zijn gerestaureerd of nog steeds in gebruik door de families. In de welkomst envelop van Ross zaten een fiets- en enkele wandeltochten. Op vrijdag zijn we gewapend met zonnebrandcrème en veel water op pad gegaan om 1 van de wandeltochten te lopen. De wandelpaden zijn afwisselend zand/gravel en de gewone verkeerswegen. Lopen op de (hoofd)wegen hier is niet zo heel erg gevaarlijk, als je maar goed oplet, er is niet zoveel verkeer dus we hoefden niet telkens aan de kant te springen voor een auto. Na een klein stukje klimwerk over een gravelweg die omzoomt is met (mastiek) struiken en plantjes met verschillende kleuren bloemen komen we op de hoofdweg naar Chios, hier lopen we aan de kant van de weg, we hebben echter 1,5 meter ruimte naast de weg, dus lopen is safe. Ook hier staan weer prachtige bloemen en omdat we inmiddels hoger en hoger komen kunnen we neerkijken op Megas Limnionas en de zee erachter. Na 5 minuten lopen moeten we de weg oversteken om een betonnen weggetje in te slaan. Vervolgens leidt de route langs een kleine begraafplaats. Het valt ons op dat de graven mooi verzorgd zijn, op verschillende graven brand een lampje/kaarsje. Een stuk verderop moeten we afdalen de Kambos in via een onverharde steile weg naar beneden. Uiteindelijk komen we aan in een piepklein dorpje, het centrale plein is net aangelegd en de speeltoestellen voor de kinderen zien er nieuw uit. Al gauw lopen we door smalle met kobbelstenen belegde straatjes met aan weerskanten muren die de boomgaarden erachter moeten beschermen tegen de koele wind. Hier en daar is de muur voor een deel weg en kijken we snel wat er achter het muurtje te zien is. Rijen met olijfbomen staan er rustig suizend in de wind. Hier en daar komen we een ruïne van een Kamboshuis tegen, om tot onze verbazing er achter te komen dat in een klein deel van de ruïne dat is blijven staan nog iemand woont! De was hangt aan de lijn te wapperen en de gordijntjes dansen op de wind. Wanneer het smalle weggetje plaats maakt voor de iets bredere asfaltweg staan de eerste gerenoveerde Kamboshuizen te schitteren in de zon. De smeedijzeren hekken, langs de trappen, aan het balkon lijken op kantwerk. De statige Kamboshuizen zijn bijna allemaal gebouwd met de beige/bruine steen uit Thymania, de vaak rode luiken zijn gesloten om de voorjaarszon buiten te houden. Sommige poorten die toegang geven tot de tuinen van de Kamboshuizen zijn bijzonder fraai, zowel houten als ijzeren deuren met vaak de initialen van de familie hangen geduldig in de meerkleurige poorten te wachten op bezoekers. We lopen langs een wit olijfolie fabriekje, er is nu niemand aanwezig, maar s morgens vroeg heb je best kans dat er iemand is die je rond kan leiden. Het telefoonnummer hangt trouwens boven de deur. Al gauw lopen we tussen de muurtjes te zigzaggen van het ene huis naar het andere. Achter één van de deels omgevallen muren zien we plotseling een deel van een waterrad in een oude put, die in de tuin staat van een Kamboshuis. Via een droge rivierbedding komen we langs een houtzagerij en komen we over een bruggetje aan bij een kerkje. Voor de deuren van de kerk zien we een mozaïek van gekleurde kiezelstenen zijlings ingemetseld. Behalve olijfboomgaarden komen we nu ook citrus- en mastiekboomgaarden tegen. Na 3 uur lopen komen we aan in het dorp Thymiana, we stoppen bij de bakker voor een wel verdiende plaatselijke lekkernij met mastiek. De smaak van mastiek is met niets anders te vergelijken, je houd ervan of je vindt het verschrikkelijk. Wij vinden de smaak wel lekker.
Chios-stad
De dichtstbijzijnde pinautomaat is in Chiosstad dus nemen we de taxi (7 euro vanuit Megas Limnionas) naar de stad. Chiosstad is een mengeling van oud en nieuw. Na de aardbeving van 1881 zijn er niet veel van de oude gebouwen overeind gebleven, de meeste oude huizen vinden we binnen de muren van de Kastro. Het is druk in de stad, het lijkt wel of de gehele eiland bevolking deze zaterdag ook besloten heeft om naar de stad te gaan. Langs de boulevard sluiten de terrasjes in rijen aan elkaar, pal ernaast de drukke weg waar iedereen overheen moet, vrachtwagens, scooters, fietsers auto’s het raast voorbij. De stopplaats van de taxi’s is het grote plein Vounakiou bij het stadspark, hier vandaan gaan de winkelstraten in. Dit deel van de stad lijkt redelijk nieuw, er staat veel (lelijke) hoogbouw. We zoeken het Kastro op en lopen naar binnen via de Porta Maggiore aan de zuidkant. Het kastro is door de Byzantijnen aan het einde van de 10e eeuw gebouwd (met steen uit Thymiana en grijze steen uit Pohcaea) ter versterking van de stad en heeft sindsdien vele veranderingen ondergaan. Het was het centrum van politiek en militair bestuur. Binnen de muren vinden we de meeste oude huizen. Hier en daar zien we stukken oude vestingmuur die soms als basis gebruikt zijn in een huis. Wanneer we de hoger gelegen kasteelwal oplopen zien we resten van de koepels van de Turkse baden gebouwd in 1700, door de gaten kunnen we naar binnen kijken en we verbazen ons erover hoe diep ze zijn. Wanneer we later door de “gracht” lopen (nu een weg) zien we dat de Kastro een bijna onneembaar fort moet zijn geweest zo hoog zijn de muren. Aan de andere zijde staan de nog oudere huizen, geen enkel huis is hetzelfde. We lopen naar de gerestaureerde molens van Tris Millis (het zijn er 4). We komen langs ruïnes van nog 4 molens. Enkele oude leerlooierijen, die inmiddels gesloten zijn, staan aan de linkerkant van de weg. Voor de Tris Millis liggen kleine schippersbootjes te dobberen in de zon. De wieken van de molens zijn vastgezet, we zien helaas niemand die de molens beheert (als die er al is) we hadden wel even een kijkje binnen willen nemen. Later die middag zitten we heerlijk op een bankje in het park van de stad. Het standbeeld van Konstatinos Kanaris voor ons in het voorste verzorgde deel van het park. (de achterste helft moet nog onder handen worden genomen) De relatieve rust is en verademing na de drukte van de stad.
Onze chauffeur rijdt ons door zuid-Chios
Yorgos is onze chauffeur op zondag wanneer we om 9 uur vertrekken voor de zuid-tour. Voor we echter echt op weg gaan pikken we nog enkele medereizigers op in het iets verdere gelegen Agia Fotini. Dit kleine plaatje aan de zee is gemakkelijk te bereiken over de gewone weg, maar Yorgos voelde zich avontuurlijk deze morgen en dus nemen we met de touringcar een "shortcut" over een gravelweg. De bus wurmt zich door het smalle pad, hobbelt er lustig op los. Na een kleine 10 minuten echter rijden we Agia Fotini al binnen. Nadat Yorgos de bus aan de kade heeft gekeerd gaat het echte werk beginnen. Onze eerste stop is Armolia. Armolia is het bekende keramiek dorp van het zuiden. We stoppen bij een ateliertje/winkeltje waar de eigenaar ons laat zien wat je met een vormloos stuk klei allemaal kunt maken. In zijn bedreven handen verandert het stuk klei in een vaas, het lijkt zó makkelijk! Veel borden, schotels en servies dat in zijn winkel staat heeft hij zelf gemaakt, zijn vrouw heeft de keramieken items beschilderd. We lopen rond in zijn winkeltje en als mijn blik valt op een klein bordje met typisch Griekse afbeelding (bootje in haven met huisjes op achtergrond) kan ik het niet weerstaan en koop het. Naar een half uur verzamelen we ons bij de bus voor het vervolg van de route.
In Pyrgi zijn onze verwachtingen hoog gespannen, we hebben er al veel over gehoord en gelezen. De voor deze plaats zo unieke versiering van de huizen, "Xista" (schrapen) heet de bewerking, zie je eigenlijk nergens anders op het eiland. De plaatsen waar je een enkele Xista wel ziet in een andere plaats zijn van mensen die oorspronkelijk uit Pyrgi komen, alleen zij mogen ook buiten Pyrgi deze versiering op hun huizen toe passen. De versieringen worden met een vork in de gevels gekerfd. De witte laag die men over een grijze laag heeft aangebracht word zo verwijderd en de voor Pyrgi zo typische versieringen worden zichtbaar. Het is werkelijk een prachtig gezicht hoeveel werk de Grieken hier van hun huizen hebben gemaakt! Helaas staat het plein van Pyrgi in de steigers, het gaat vast heel mooi worden, maar nu is het een chaos. De grote Theotokou-kerkis echt een blikvanger op het plein, ook deze kerk is van top tot teen bewerkt met "de vork". Gelukkig is er nog veel meer te zien en we zwerven door smalle straatjes, af en toe een Griekse bewoner begroetend om vervolgens weer verder te lopen. Hier en daar hangen trossen tomaten te drogen aan de balkons. Plotseling staan we tegenover een klein kerkje (Agii Apostili), het staat overal tussenin gepropt, het is heel oud, het stamt uit de byzantijnse tijd. Niet alle huizen zijn met Xista bewerkt, we komen er slechts één in het blauw tegen. Na 1 uur is het tijd om weer in de bus te stappen, maar niet voor lang.
In Olympi bezoeken we de grotten, die toevallig door een paar spelonkologen uit Athene ontdekt zijn. De grotten zijn sinds 2 jaar opengesteld voor het publiek, toegang is 3 euro. De luchtvochtigheid in de grot wordt nauwlettend in de gaten gehouden, deze stalagmieten en stalactieten "leven" nog, ze groeien dus nog. Nadat we door een soort sluis gekomen zijn dalen we via een RVS-trap 51 meter af de grot in. Het is werkelijk prachtig om te zien!Het is heel erg vochtig in de grot, het steen glimt van het water en hier en daar hangt een druppel, die er een eeuwigheid over doet om ook echt neer te vallen. De grotten liggen overigens midden in militair gebied en af en toe word het bezoek naar de grotten afgelast wanneer er militaire oefeningen zijn.
De vestingstad Mesta is onze volgende stop. De huizen aan de buitenzijde zijn tegen elkaar aangebouwd om vijanden tegen te houden. Ook zijn er 4 wachttorens te zien. Alvorens we ons in de nauwe straatjes begeven gaan we eerst lunchen in één van de taveernes op het dorpsplein, die constant zijn verwikkeld in een hevige concurrentiestrijd. De afspraak is dan ook: de ene week de linkse en de andere week de rechtse taverne bezoeken. Deze week is “Mesaionas” aan de beurt. Ons maakt het niet uit waar we zitten en na een lichte lunch vertrekken we voor onze ontdekkingstocht door Mesta. Mesta is gebouwd als een doolhof, de talrijke smalle steegjes zijn overkoepeld door bruggetjes (votes). Die Votes zijn de vluchtroutes voor de bewoners wanneer de vijanden onverhoopt toch de vestingstad ingekomen waren. Op het smalle straatje waar wij lopen sluiten talrijke kleinere steegjes aan, hier en daar steken we af om er achter te komen dat het doodloopt. De huizen zijn hoog, tegen elkaar/door elkaar aan gebouwd. In Mesta lijkt het alsof de tijd heeft stilgestaan het is een unieke en mysterieuze ervaring! Via de bordjes “exodus” (waren er vroeger niet) komen we weer uit op het dorpsplein en bij de Taxiarchiskerk (prachtig bordes voor de ingang).
Het wordt tijd om verder te gaan. We rijden langs Limenas en Agia Ireni, erg geliefd bij het zonminnend publiek. Alvorens we de zwarte stranden van Emporio gaan bezoeken komen we door “Mastichochoria”. Dit is hét mastiek-mekka van Chios. Alleen hier op Chios zijn de condities dermate dat er mastiek geoogst kan worden. We nemen een kijkje bij één van de mastiekboomgaarden langs de weg. We worden nog gewaarschuwd voor slangen en schorpioenen, maar onze nieuwsgierigheid wint het van de voorzichtigheid. Al gauw staan we tussen de bomen, om dit wonder van dichtbij te bekijken. Mastiek is er plakkerig zoals Ruud merkt wanneer hij het van de boom haalt. Alleen in het gebied beneden Karfas kan mastiek worden geoogst, dit gebeurd vanaf 15 augustus, dan word de eerste oogst binnengehaald. De mastiek die uit de gekerfde sneden in de stam op de grond gedrupt is (die bedekt is met wit zand) word verzameld en gereinigd. Daarna wordt het op kwaliteit beoordeeld waarna het aan de coöperaties wordt verkocht. Dit proces is erg arbeidsintensief, daarom is Mastiek zo kostbaar.
Wie zwemkleding mee heeft genomen kan vervolgens bij onze laatste stop de zee induiken, we zijn namelijk bij Emporio aangekomen. Het zwarte strand van Emporio is ontstaan door een lava-uitbarsting. De baai van het grote strand is als het ware een deel van de krater, daarom word het strand ook door steile rotsen omzoomd. Er zijn 3 kiezel stranden achter elkaar, verbonden met paadjes. Het is een vreemd gezicht om de mensen te zien liggen op zwart strand i.p.v. wit zand. In de taveerne's achter het stand zijn gezellig en serveren heerlijke vis.
Onze zuid-tour eindigt met een ritje langs de kleine plaatsjes Kalamoti, Patrika en Vouno om in agia Fotia de eerste medereizigers weer uit te laten stappen. Vol met indrukken zitten we die avond na te praten bij restaurant Anastasie in Agia Ermioni.
Ionousses
Ionousses is één van de eilandjes ten noorden van Chios. Het dankt zijn naam hoogstwaarschijnlijk aan de wijngaarden en de wijn die men Oinos noemt. Op dit eiland staat de beroemde scheepvaartschool, hier komen de grote scheepsmagnaten vandaan waaronder Onassis. Na een korte rit met de bus komen we aan in de haven van Chiosstad en gaan we aan boord van de boot die ons naar het eiland zal brengen. De zee is helderblauw, en het waait behoorlijk, maar dat mag de pret niet drukken. We varen langs de kust, Chios-stad word kleiner naarmate de afstand groter word. Het was de bedoeling om het eiland vanuit het noorden aan te doen, maar vanwege de wind is het niet mogelijk en de Kapitein vindt het veiliger om in de haven van Ionousses aan te meren. Voordat we de haven invaren zien we een bronzen beeld van een zeemeermin die de bewoners “Metaira Inoussiotissa” (moeder van Inousses) noemen en men gelooft dat zij de schepen beschermt die de haven invaren. In de haven aangekomen maken we ons op voor een bezichtiging van het eiland. Het overgrote deel van onze medepassagiers gaat echter met de hostess mee naar het Evangelismos-klooster op het noordelijk deel van het eiland. Het eiland heeft slechts één dorp en dat is Ionousses het heeft ongeveer 500 inwoners. Het is echter een dorp vol verassingen! De smalle straatjes hebben soms een stijgingspercentage van 20%! In het centrum van het dorp staat een prachtige kerk, de Agios Nikolaos (de heilige Nikolaos is de beschermheilige van het eiland). De meeste huizen zijn wit geschilderd en hier en daar zien we een inwoner met gemak de steile hellingen oplopen (wij hebben er iets meer moeite mee). Het dorp is trapsgewijs tegen de heuvel opgebouwd en wanneer we boven aankomen hebben we een vreselijk mooi uitzicht! De 3 privé-eilandjes voor de haven kunnen we mooi zien liggen. Op één ervan staat een mooi kapteinshuis met een mooi aangelegde tuin. Via allerlei slingerweggetjes dalen we langzaam af naar beneden. Onderweg komen we gerenoveerde maar ook totaal vervallen villa’s tegen. Tegen een heuvel aan zien we de resten van een wijngaard, er vlak bij iets dat lijkt op een waterreservoir. De inwoners die we in hun tuintjes bezig zien zwaaien vriendelijk wanneer we langskomen en we groeten hen terug met Jassas! Wanneer we weer bij de haven aangekomen zijn, waar de vissers hun netten repareren, lopen we de kade af om een kijkje te nemen bij de scheepvaartschool. Het grote witte gebouw ziet er niet zo bijzonder uit, maar hier komen de beste stuurlui vandaan zegt men. Terug bij de boot zien we dat de meeste medepassagiers zich ook al weer verzameld hebben, het is namelijk tijd voor de BBQ!! Na de souvlaki met Griekse salade maken we ons op voor de terugtocht naar Chios-stad. Onderweg stoppen we nog even bij het vissersplaatsje Lagana, beroemd om zijn verse vis. Net voor we de haven invaren komen een paar dolfijnen langszij en in en oogwenk zijn ze ook weer weg. We hebben slechts 3 kwartier om even rond te kijken en gaan snel op pad. De inktvissen hangen te drogen in de zon en in één van de straatjes zit een visser zijn net te repareren. Ik vraag hen netjes of ik een foto van hem mag maken (to Fotografia parakalo?) en hij stemt verlegen toe. Normaal gesproken zou ik het niet zo snel doen, maar dit was een foto “uit het boekje”. Wanneer we even later zitten te genieten van een Frappé komen we in gesprek met een vrouw die al 13 jaar parttime woont op Chios, zij en haar man huren een huis in Agia Fotini. We reken niet uitgepraat over vakanties en het leven en we vergeten bijna dat we nog terug moeten. (ze zegt nog tegen ons: jullie moeten een boek schrijven!) Op het moment dat we de haven weer uitvaren merken dat de wind flink is aangetrokken, er zitten witte schuimkoppen op de golven. De zon schijnt nog steeds op ons neer terwijl we langzaam maar zeker weer naar de haven van Chios-stad terug keren.
Eten en drinken
We hebben ons voorgenomen in ieder geval enkele producten met Mastiek erin te proberen, die zo typerend zijn voor het eiland. Wij probeerden: zoetigheid, drank, koekjes en in restaurant Anastasie in Agia Ermioni konden we mastiek in een glas bestellen...heel apart. Je krijgt een glas koud water met daarin een lepel vol met mastiek. Het water maakt de mastiek zacht en zo kunt je het oplepelen. Mastiek is met geen enkel andere smaak te vergelijken, lijkt ook op geen andere smaak vonden wij, je houd ervan of niet...wij vonden het lekker.
Anastasie. Dit restaurant in Agia Ermioni was onze favoriet. We zaten echt midden tussen de Grieken en de bediening is heel vriendelijk. Het eten is zonder franje, maar we aten onze vingers er bijna bij op!
Delicious: Hier hebben we een keer gegeten, het eten is uitstekend. Twee Griekse jongens hebben het pas overgenomen.
De taverne Porto Emporios bezochten we in Emporio, we hebben er niets gegeten alleen een frappé gedronken.
In Mesta hebben we gegeten bij Mesaionas, wij vonden het eten niet bijzonder, maar de entourage maakte een heleboel goed.
